Waarom bestaan er verschillende gradaties en hardheden van schijfremblokken?
Schijfremblokken lijken op het eerste gezicht eenvoudig, maar achter dat ogenschijnlijk simpele stukje remmateriaal schuilt veel techniek. De keuze voor het juiste type – organisch, semi-metallisch of gesinterd – bepaalt niet alleen hoe krachtig je remt, maar ook hoe de rem aanvoelt, hoeveel geluid hij maakt en hoe lang hij meegaat. In dit artikel leggen we uit waarom fabrikanten verschillende hardheden aanbieden en hoe jij de juiste keuze maakt voor jouw fiets en rijstijl.
Samenvatting
Cassettebodies vormen de verbinding tussen je achterwielnaaf en de cassette. De passing bepaalt of een cassette past op een bepaalde naaf. Shimano, SRAM en Campagnolo gebruiken elk hun eigen standaard: HG (HyperGlide) voor klassieke 8- tot 11-speed systemen, MicroSpline voor moderne 12-speed Shimano MTB’s, XDR voor SRAM’s 12-speed weg- en gravelgroepen, en het Campagnolo-body systeem voor hun eigen 9- tot 13-speed aandrijvingen. Dit artikel legt uit hoe ze verschillen, wanneer je welke body nodig hebt, en hoe je compatibiliteit voorkomt of oplost bij wiel- of cassettewissel.
Waar TPU anders is dan latex, is de luchtdichtheid. Omdat het TPU-materiaal bijna geen lucht doorlaat, hoef je je banden minder vaak op te pompen dan bij latex. Handig voor wie niet iedere ochtend met de pomp in de weer wil, want dat is bij latex wel vereist. TPU is vergelijkbaar met butyl: wekelijks bijpompen is meestal voldoende.
Een nadeel is reparatie. Een butylband plak je in een paar minuten met een standaard plakset. Bij TPU werkt dat niet. Je hebt meestal speciale lijm en patches nodig die geschikt zijn voor dit materiaal. Zelfs dan blijft het resultaat vaak minder betrouwbaar dan bij butyl. Voor veel rijders betekent dat: lek = weggooien.
Inremmen van schijfremblokken – ook wel bed-in – is het gecontroleerd op temperatuur brengen en inrijden van nieuwe remblokken en remschijven. Tijdens dit proces ontstaat een egale transferfilm op de rotor en vormt het blokoppervlak zich naar de microstructuur van de schijf. Resultaat: maximale remkracht, voorspelbare modulatie en minder kans op piepen of trillingen.
- Waarom: stabiele wrijving, hogere remkracht, langere levensduur.
- Wat gebeurt er: uitharding van bindmiddelen, overdracht van remmateriaal, oppervlakte-matching.
- Zo doe je het: 10–15 middelmatige remacties + 3–5 stevige remacties, met afkoelrollen ertussen.
- Veelgemaakte fouten: meteen vol in een afdaling, remmen vastknijpen bij stilstand, vettige schijven.